De verschillende fases van de ziekte van Parkinson


Welkom > Gezondheid senioren

De ziekte van Parkinson is een chronische ziekte en progressief van aard. Het ziekteproces verloopt in 4 fases.  

De ziekte van Parkinson is een chronische ziekte en progressief van aard. Het ziekteproces verloopt in 4 fases:

1.  Tijdens de eerste fase worden de eerste symptomen zichtbaar en wordt de diagnose gesteld

Deskundigen denken dat de ziekte 5 tot 10 jaar begint vóórdat de eerste symptomen zich openbaren.

De eerste tekenen van de ziekte worden pas zichtbaar als 70% tot 80% van de hersencellen die dopamine maken, zijn afgestorven. Mensen met ziekte van Parkinson hebben niet altijd last van trillen, al wordt dat wel vaak gedacht. Bovendien heeft het trillen bij oudere mensen niet altijd te maken met de ziekte van Parkinson.

 

Om deze reden is het moeilijk om in een vroeg stadium een diagnose te stellen. Daarnaast bestaat er geen test of medisch onderzoek dat de ziekte kan aantonen of uitsluiten voordat de eerste symptomen voor een arts zichtbaar zijn. Alle artsen zijn het er daarom over eens dat de diagnose alleen kan worden gesteld als ten minste twee of drie van de volgende belangrijke symptomen zichtbaar zijn: 

  • Bewegingen, vooral automatische bewegingen, nemen af en worden trager. Dit wordt hypokinesie genoemd.

  • Door de toename van de spierspanning krijgt de patiënt last van stijfheid en samengetrokken gewrichten: dit noemen we akinesie.

  • Eén of meer lichaamsdelen beginnen willekeurig te trillen, terwijl de patiënt daar geen invloed op heeft.

  • Diverse vegetatieve aandoeningen, zoals overmatig zweten en obstipatie.

  • Er kunnen zich ook psychische problemen voordoen.

 

2.    De tweede ‘milde’ fase

In de tweede fase blijven de symptomen van de ziekte van Parkinson relatief mild. De patiënt kan nog een normaal leven leiden. Afhankelijk van de persoon, duurt deze periode tussen de 3 en 8 jaar. Tijdens deze fase reageert het lichaam goed op de behandeling met ‘dopaminerge’ geneesmiddelen die de werking van dopamine nabootsen. Er zijn maar weinig bijwerkingen. De ziekte blijft zich langzaam verder ontwikkelen.

 

3.     De derde fase is een periode met 'pieken en dalen’

In deze fase neemt de ernst van de symptomen van de ziekte van Parkinson toe. De werking van de dopaminerge geneesmiddelen begint af te nemen en de patiënt krijgt af en toe last van motorische problemen. 

In 50% van de gevallen vinden deze pieken en dalen in de gezondheid plaats 6 jaar na het begin van de eerste tekenen van de ziekte.

  • Lopen wordt moeilijker. De persoon neemt kleine schuifelende stapjes, houdt zijn armen stijf langs zijn lichaam. De patiënt heeft de neiging om voorover te vallen en het risico op vallen is groot.

  • Het gezicht verliest uitdrukking. Dit noemen we een ‘maskergelaat’.

  • Door slikproblemen ontstaat er een teveel aan speeksel.

  • De persoon gaat langzamer praten.

     

Deze periode is het terminale stadium van de ziekte van Parkinson. Tijdens deze fase nemen de symptomen aanzienlijk toe:

  • De patiënt begint steeds meer te trillen en wordt vervolgens bedlegerig.

  • Er treden psychische problemen en hallucinaties op: depressie, geheugenverlies, verlies van gevoel voor tijd en ruimte, verwardheid en zelfs dementie.

  • Andere problemen zoals krampen, stijve gewrichten, bloeddrukproblemen of urinaire stoornissen komen ook vaak voor.

Tijdens deze fase kan de parkinsonpatiënt niet meer alleen zijn. Dagelijkse hulp is nodig om hen te helpen bij basale handelingen: eten, aankleden, zich verplaatsen. 

  • Er is een hoog risico op vallen door motorische problemen en het verlies van oriëntatie. Er is meer medisch toezicht nodig vanwege de het optreden van hallucinaties en eetproblemen.

  • De patiënt kan heel snel afvallen vanwege problemen met slikken en het controleren van zijn bewegingen tijdens het eten. Een situatie vraagt om de permanente aanwezigheid van een derde persoon. 

 

Het belang van woonzorg gespecialiseerd in de opvang van parkinsonpatiënten:

 

Soms is thuiszorg niet langer mogelijk, omdat de veiligheid van de parkinsonpatiënt niet kan worden gegarandeerd. In dit geval is de overstap naar een gespecialiseerde woonzorginstelling de beste oplossing:

  • In een gespecialiseerde woonzorginstelling kan de patiënt worden begeleid en gecontroleerd door deskundig personeel dat is opgeleid in de behandeling van gedesoriënteerde patiënten.

  • In een woonzorgcentrum zal de patiënt niet vereenzamen. Thuis blijven wonen en zelfstandig naar buiten gaan, zijn namelijk geen optie meer. Doordat hij zich onder de mensen bevindt, hoeft hij niet bang meer te zijn voor eenzaamheid. Met een positieve invloed op zijn veerkracht en zijn psychologische gesteldheid als gevolg. 

Laat de persoon zoveel mogelijk persoonlijke dingen meenemen naar zijn nieuwe woonruimte in het woonzorgcentrum. Denk hierbij aan foto’s, souvenirs en kleine persoonlijke meubels. Voor parkinsonpatiënten is het erg belangrijk om duidelijke herkenningspunten te hebben. Elke nieuwe situatie kan hem namelijk uit balans brengen. Het is voor de patiënt het beste als de overgang naar de zorginstelling geleidelijk gebeurt en onder begeleiding van zijn familie.

Neem contact op met onze adviseurs gerontologie om een woonzorgcentrum te vinden dat is gespecialiseerd in de opvang van parkinsonpatiënten via telefoonnummer: 02 318 13 95

 

 

Vind woonzorg voor ouderen